
'Beethoven en Schubert'
Johannes Leertouwer — viool
Franc Polman — viool
Dorothea Vogel — altviool
Viola de Hoog — cello
Zoals bij u bekend vormen de strijkkwartetten van Beethoven het kernrepertoire van het Narratio Quartet. De volledige serie klonk, verdeeld over de afgelopen tien jaar, in het Theehuis en is inmiddels in zijn geheel opgenomen en internationaal met groot enthousiasme ontvangen.
Voor dit programma koos het kwartet het monumentale eerste Razumovsky-kwartet.
De Razumovsky-kwartetten vormen een keerpunt in de strijkkwartettraditie.
Graaf Rasumowsky, een van Beethovens belangrijkste beschermheren in het eerste decennium van de negentiende eeuw en de Russische ambassadeur in Wenen, was tevens een uitstekend amateurviolist. Hij speelde tweede viool in het strijkkwartet dat hij financierde en dat onder leiding stond van de vermaarde Ignaz Schuppanzigh. De drie kwartetten, opus 59, die aan hem werden opgedragen, brachten hem ertoe zijn plaats in het kwartet op te geven. In 1808 gaf hij de leden van dit kwartet een vaste aanstelling, inclusief een levenslang pensioen.
Aanvankelijk stuitten de drie kwartetten, opus 59, op weerstand bij het Weense publiek. De Weense correspondent van de Leipziger Allgemeine Musikalische Zeitung berichtte in 1807:
“... drie nieuwe, zeer lange en moeilijke kwartetten van Beethoven trekken ook de aandacht van alle kenners. Het concept is diepgaand en de constructie uitstekend, maar ze zijn niet gemakkelijk te begrijpen...”
Naast Beethoven is het kwartet inmiddels ook verder onderweg in de negentiende eeuw. Schubert was een groot bewonderaar van Beethoven. ‘Wer vermag nach Beethoven noch etwas zu machen?’ is een van zijn overgeleverde uitspraken. Hij was een van de dragers van de kist bij Beethovens begrafenis. Op zijn sterfbed verzocht Schubert om een uitvoering van Beethovens Strijkkwartet opus 131. Schubert had, net als Brahms, het gevoel dat hij op de schouders van zijn grote voorganger stond.
Schuberts schrijfwijze voelt als een logische stap na Beethoven, maar voegt een geheel andere gevoelswereld toe. Mineur heeft steeds een vleugje optimisme en majeur een vleugje melancholie.
De leraar van beide violisten van het Narratio Quartet, Bouw Lemkes, beschreef het ‘Schubert-gevoel’, de Weense houding, ooit als volgt: ‘Die Sache ist hoffnungslos, aber nicht ernsthaft.’ Een prachtige uitspraak!